Geschiedenis van freelancen in België | Van vroeger tot nu
Freelancen is in ons land geen nieuw fenomeen. Het bestaat al erg lang, maar heeft de afgelopen 10 à 15 jaar een enorme vlucht genomen. Vandaag werken steeds meer mensen als freelancers. Toch blijft het voor de overheid een uitdaging om deze specifieke groep van professionals een duidelijke plaats te geven binnen haar systemen en beleid. Hier ontdek je hoe freelancen in België is ontstaan.

Letterlijke betekenis van freelancen
Om de letterlijke betekenis van freelancen te begrijpen, duiken we even de geschiedenis in. Het woord freelance komt uit het Engels en werd voor het eerst gebruikt in de roman Ivanhoe van Sir Walter Scott uit 1819. Dat verhaal gaat over een huursoldaat uit de middeleeuwen, wiens lans (lance) aan niemand toebehoorde. Hij bood zijn diensten aan in ruil voor betaling: letterlijk een free lancer.
Later werd het begrip vertaald naar ‘freelancer’ en ook in het Nederlands overgenomen. Vandaag betekent het: een zelfstandige in hoofd- of bijberoep en zonder personeel, die tijdelijk of op projectbasis diensten levert aan verschillende opdrachtgevers.
In België worden freelancers meestal onder de brede noemer ‘zelfstandigen’ geplaatst. Toch is niet elke zelfstandige automatisch een freelancer. Denk bijvoorbeeld aan een bakker of aannemer. Dat zijn vaak zelfstandigen zonder personeel, maar ze werken niet op freelance basis.
De term freelance duikt vaak op in sectoren als IT, finance, journalistiek, communicatie en vormgeving. Het verwijst dan naar werken als zelfstandige voor verschillende opdrachtgevers. Binnen de Belgische wetgeving wordt er echter geen officieel onderscheid gemaakt tussen freelancers en andere zelfstandigen.
"I offered Richard the service of my Free Lances, and he refused them"
Het wettelijk kader voor freelancers in België
Even terug naar de geschiedenis van freelancen. In België werd het statuut van zelfstandigen al in de tweede helft van de 20e eeuw wettelijk vastgelegd. Een belangrijke mijlpaal was de invoering van het sociaal statuut voor zelfstandigen in 1967. Daardoor kregen zelfstandigen voor het eerst een coherent, overkoepelend statuut binnen de sociale zekerheid, los van werknemers.
De jaren daarna bleef het aantal zelfstandigen in ons land groeien, vooral in sectoren als de bouw, de handel en de dienstverlening. Het ging toen vooral om “klassieke zelfstandigen” met een eigen zaak. De meer flexibele manier van werken, waarbij mensen tijdelijk opdrachten uitvoeren voor verschillende opdrachtgevers, kwam er pas later.
Freelancers erkend door de overheid
Vanaf de jaren ’90 en 2000 begon de arbeidsmarkt in België stilaan te veranderen. Steeds meer mensen kozen ervoor om als zelfstandige zonder personeel te werken, vaak via projecten of tijdelijke opdrachten. Tegelijk kwam er vanuit de overheid meer aandacht voor schijnzelfstandigheid en het onderscheid tussen werknemers en zelfstandigen.
Om daar meer duidelijkheid in te brengen, werd in 2006 de Arbeidsrelatiewet ingevoerd. Die wet bevat criteria om te bepalen of iemand echt als zelfstandige werkt, of in de praktijk toch een werknemer is. Zo probeerde de overheid meer grip te krijgen op de groei van flexibel werk en freelancen.
Sindsdien is het aantal freelancers in België verder toegenomen, vooral in sectoren zoals communicatie, IT en consultancy. Tussen 2015 en 2021 steeg het aantal freelancers in Vlaanderen met maar liefst 73%, tot ruim 206.000. Hoewel de term ‘freelancer’ vaak gebruikt wordt, valt die in de praktijk nog altijd onder het bredere statuut van zelfstandige.
Een systeem dat niet op maat is van freelancers.
Sinds het ontstaan van freelancen hebben veel instanties het moeilijk om deze manier van werken een duidelijke plaats te geven in hun beleid en regelgeving. Ons sociaal systeem is in België nog altijd grotendeels afgestemd op mensen met een vaste job, die automatisch bijdragen aan sociale zekerheid en belastingen.
De opkomst van freelancers en andere zelfstandigen zonder personeel bracht nieuwe situaties met zich mee waar de bestaande regels niet altijd op voorzien waren. Dat zorgde geregeld voor spanningen.
Een sterke groei van freelancers
In de loop van de jaren 2000 en 2010 nam het aantal zelfstandigen in België gestaag toe. De overheid werkte intussen aan duidelijkere regels rond het statuut van zelfstandigen en het onderscheid met een vaste job.
Sommigen gingen ervan uit dat zelfstandigen met de tijd vaker zouden doorgroeien naar grotere ondernemingen met personeel. In de praktijk bleef een groot deel echter bewust actief als zelfstandige zonder personeel. De meeste van hen kozen daar zelf voor, al speelden voor een deel ook de hoge kosten van een eerste aanwerving een rol. Die evolutie zette het debat over de positie van freelancers en hun bescherming verder op scherp.
Tegelijk bleef het aantal zelfstandigen stijgen. België telt meer dan 1,3 miljoen zelfstandigen, waarvan een aanzienlijk deel zonder personeel werkt. De opkomst van digitale platformen en online marktplaatsen heeft die groei nog versneld. Daardoor wordt het steeds eenvoudiger om als freelancer aan de slag te gaan.